Een gesprek over sociale media wordt concreter wanneer deelnemers samen een herkenbare situatie onderzoeken. Je hoeft daarvoor geen echte screenshots of persoonlijke verhalen te verzamelen. Een fictieve groepsapp biedt een veilig vertrekpunt om online grenzen, groepsdruk en hulp vragen te bespreken.
De situatie: een foto in de groepsapp
Fictieve situatiekaart
In de groepsapp wordt een foto van een klasgenoot gedeeld. Er verschijnen lachende reacties. De persoon op de foto heeft niet gevraagd om deze te delen.
Gebruik voor de oefening een beschrijving of een fictieve afbeelding, zodat echte leerlingen niet herkenbaar worden gemaakt.
Stap 1: kijk vanuit verschillende rollen
Vraag wat de situatie kan betekenen voor de persoon op de foto, de afzender en de mensen die meelezen. Laat deelnemers meerdere mogelijkheden noemen. Niet reageren kan bijvoorbeeld verschillende redenen hebben: iemand weet niet wat te zeggen, wil niet opvallen of heeft de foto nog niet gezien.
Zo voorkom je dat het gesprek meteen wordt teruggebracht tot “wie heeft er gelijk?”. Eerst begrijpen wat er speelt maakt het makkelijker om mogelijke reacties te onderzoeken.
Stap 2: maak de keuzes zichtbaar
- Wat verandert er wanneer je de foto doorstuurt?
- Hoe kun je aan de afzender laten weten dat je twijfelt?
- Wat kun je doen voor de persoon op de foto?
- Wanneer is het verstandig een docent of begeleider te betrekken?
- Hoe kun je hulp vragen zonder de afbeelding verder te verspreiden?
Laat deelnemers kiezen welke reactie zij zouden willen oefenen. Dat kan een korte zin in de chat zijn, een privégesprek of hulp vragen aan iemand die zij vertrouwen. Het gaat om de afweging en het kunnen verwoorden van een volgende stap.
Stap 3: bespreek online grenzen
Een foto maken, ontvangen en verder delen zijn verschillende handelingen. Bespreek wat deelnemers verwachten wanneer iemand een foto van hen heeft. Zou hun antwoord veranderen als de groep groter wordt of als onbekenden kunnen meelezen?
Netwerk Mediawijsheid beschrijft hoe sociale media aandacht vragen voor online grenzen. Verbind dat onderwerp aan de vraag hoe je rekening houdt met een ander. Houd uitleg passend bij leeftijd en taalniveau.
Maak ruimte voor vragen
Een deelnemer mag passen of reageren op het fictieve voorbeeld zonder eigen ervaringen te delen. Spreek vooraf af dat er geen namen van klasgenoten worden genoemd. Als tijdens de bijeenkomst een echte zorg naar voren komt, bespreek dan apart welke begeleiding nodig is.
De oefening is een gesprekstarter. Als er een lopend incident is, hoort de ondersteuning daarvan bij de verantwoordelijke school of organisatie. Het groepsgesprek vervangt die begeleiding niet.
Sluit af met een bruikbaar actiepunt
Vraag iedere deelnemer één zin af te maken: “Als ik twijfel over wat er in de groepsapp gebeurt, kan ik …”. Bespreek een paar antwoorden en leg vast bij wie deelnemers met vragen terechtkunnen. Dat maakt de stap van inzicht naar handelen concreet.
Een passende oefening voor jouw groep
Ik stem de situatie, taal en begeleiding af op jouw deelnemers. Bekijk de gastlessen of het aanbod voor ouderavonden en voorlichting.
Leg je vraag voor